Dag 3: Dubai

Maandag 12 maart 2018

Nadat we gisteren Downtown Dubai hadden verkend, wilden we vandaag wat meer van de stad zien en dus kochten we een dagkaart voor de metro. We begonnen met een bezoek aan de Gold Souk in de wijk Deira, één van de oudste wijken van Dubai. Een souk is een soort van overdekte markt en in de Gold Souk vind je natuurlijk veel goud. We verbaasden ons over het feit dat hier zo weinig beveiliging leek te zijn. We wandelden verder naar de Spice Souk, waar het een pak drukker en toeristischer was. We vonden het leuk om hier wat rond te slenteren en de sfeer op te snuiven, maar we kregen het een beetje op onze heupen van de opdringerige verkopers. Ik ben de tel kwijtgeraakt van het aantal namaak horloges dat ons werd aangeboden.

Geurige kruiden in de spice souk
Ons eerste souvenir

Voor amper 1 Dirham (ongeveer € 0,25) staken we de Dubai Creek over in een abra, een traditionele houten boot. Aan de overkant bevonden we ons in Bur Dubai, ook één van de oudste wijken van de stad. We wilden graag het Dubai Museum bezoeken en de kortste weg daarnaartoe was weer door een souk. Hier kregen we pas echt te maken met opdringerige verkopers, en dan bedoel ik ongevraagd een sjaal over je heen gooien in het voorbijgaan en als je vriendelijk bedankt en de sjaal teruggeeft, je in het Arabisch naroepen (en dat klonk niet bepaald vriendelijk). Dat is eigenlijk echt heel jammer want dit maakt de ervaring toch een pak minder aangenaam.

Abra’s op de Dubai Creek
Dubai Creek
Bur Dubai Souk
Tip: als je kokosmelk aan het drinken bent, worden er geen sjaals over je heen gegooid 😀

Uiteindelijk bereikten we dan toch het Al Fahidi Fort waar tegenwoordig het Dubai Museum in gevestigd is. Voor amper 3 Dirham (nog geen 75 eurocent) kom je hier meer te weten over de geschiedenis van Dubai. Het was erg indrukwekkend om te zien hoe sterk Dubai op korte tijd gegroeid is. Zo woonden er in 1975 een 180.000 mensen in Dubai, tegenwoordig zijn het er meer dan 2 miljoen!

100 jaar geleden werd Sjeik Zayid bin Sultan Al Nuhayyan geboren, grondlegger en eerste president van de Verenigde Arabische Emiraten.
Al Fahidi Fort
Dubai Museum

Nog iets dat ik interessant vond: de foto hieronder toont een windtoren, die vroeger gebruikt werd om het huis af te koelen, een soort voorloper van de airconditioning dus. De toren is aan vier kanten open en via schuine wanden wordt de lucht naar beneden geloodst om zo frisse wind door het huis te blazen.

Windtoren

Het museum was dus best interessant maar veel groter dan we gedacht hadden. Een heel groot deel van het museum bevindt zich nog onder de grond. Tegen het einde waren we het dan ook wat beu en toen we hier buiten kwamen, hadden we honger. Gelukkig bevonden we ons niet ver van het Arabian Tea House Café, dat goede scores kreeg op TripAdvisor en er bovendien ook nog eens heel gezellig uitzag. Op de romantische binnenplaats hebben we dan ook heerlijk gegeten. We dronken hier voor de eerste keer Arabische koffie. Deze koffie wordt standaard zonder suiker gedronken en je krijgt er dadels bij die je in een zoete substantie moet dopen, die eet je dan op en nadien drink je de koffie. Tony was niet zo’n fan, maar ik vond het eigenlijk nog verrassend lekker, en het is altijd leuk om iets nieuws uit te proberen.

Na de lunch dwaalden we wat rond in de historische wijk Al Bastakiya. Je vindt hier leuke, fotogenieke straatjes waar je helemaal in kunt verdwalen. Erg mooi!

Ik krijg soms te horen dat ik mijn reizen te nauwgezet plan, dus vind ik het best wel grappig dat de momenten waar ik nadien minder enthousiast over ben vaak zaken zijn die ik leeg heb gelaten in de planning. Zo had ik voor de rest van de dag geen plan meer. Ik had wel een paar mogelijkheden opgeschreven met het idee: we zien wel waar we zin in hebben en hoeveel tijd er nog over is. We besloten om een bezoek te brengen aan Palm Jumeirah, een kunstmatig schiereiland in de vorm van een palmboom. Door de vorm van het eiland werd de kustlijn van Dubai met maar liefst 72 km uitgebreid! Klinkt indrukwekkend, toch!

Om er te geraken, moesten we eerst de metro nemen, dan een tram en ten slotte een monorail die over het eiland heen rijdt. Tijdens de rit konden we een beetje van het eiland zien en zo zagen we inderdaad dat veel huizen hier een privéstrand hebben. Om de vorm van het eiland echt goed te kunnen bekijken, moet je eigenlijk in de lucht hangen. In de verte zagen we ook de Burj Al Arab, het enige 7 sterren hotel ter wereld. De goedkoopste kamer kan je hier al krijgen vanaf € 1.000 per nacht! Zelfs voor de huwelijksreis vond ik dat net iets te duur. 😉

Monorail over Palm Jumeirah – met zicht op hotel Atlantis The Palm

We stapten af aan het bekende 5 sterren hotel Atlantis The Palm en keken hier even rond. Buiten het hotel en de zee is hier eigenlijk niet veel te zien (er is ook geen strand aan deze kant van het hotel). We stapten dan ook redelijk snel weer terug op de monorail. Het was wel eens leuk om te zien, maar of het nou echt de moeite waard was om heel die afstand af te leggen en ook nog eens extra te betalen voor de monorail (want de dagkaart van de metro was hier niet geldig), dat ga je mij niet horen zeggen.

Atlantis The Palm: de duurste hotelkamer ter wereld bevindt zich boven de boog in het midden van het hotel en kost je maar liefst een 60.000 dollar per nacht!

Van hieruit was het echter niet ver meer naar Jumeirah Beach Residence (JBR), een woonwijk vol wolkenkrabbers op een mooie locatie aan het water, waar toeristen hun tijd kunnen doorbrengen op het strand van JBR of op The Walk, een gezellige promenade vol winkeltjes en restaurants. Het begon al donker te worden toen we hier aankwamen, dus veel hebben we van deze omgeving niet gezien. Omdat het etenstijd was, zochten we een restaurantje uit met zicht op het strand. Dat klinkt idyllisch maar het eten was er vreselijk slecht! Gelukkig konden we het nog iets of wat goed maken door in een ijssalon wat verder een lekker ijsje te eten.

The Walk
Jumeirah Beach Residence
Het grootste reuzenrad ter wereld (opent in 2019)

We stapten weer op de metro (oh ja, eerst met de tram naar de metrohalte) om terug richting het hotel te gaan. In tegenstelling tot veel andere grote steden, vonden we het openbaar vervoer in Dubai niet erg praktisch. Vaak moet je toch een eindje stappen om bij een halte te geraken (zo is het bijna een kilometer wandelen van de Dubai Mall naar de dichtstbijzijnde halte) en in het gebied van de Dubai Marina en JBR moet je dus overstappen op een tram omdat de metro daar niet rijdt. Het is natuurlijk wel goed dat ze de Dubai Tram hebben aangelegd (hij rijdt sinds eind 2014) zodat je toch op meer plaatsen kunt geraken met het openbaar vervoer, maar het voelde allemaal iets minder vlot aan als in andere steden die we bezochten. Dubai is eigenlijk meer een stad om met de taxi rond te rijden.

Toen we deze ochtend van ons hotel naar de metrohalte wandelden, liepen we gewoon buiten op straat en het viel ons op dat er niet veel voorzieningen zijn voor voetgangers. Er was niet altijd een voetpad. Bij het terugkeren maakten we dan ook gebruik van de metro link bridge die het metrostation met de Dubai Mall verbindt. Deze brug is 820 meter lang en is volledig afgesloten (airco!). Vanaf de Dubai Mall hoefden we enkel nog de straat over te steken naar ons hotel.

Nu we toch terug in het shopping center waren, liepen we nog even naar de Apple Store. Vanaf hun balkon heb je namelijk een prachtig zicht op de fonteinenshow. De beste manier om twee dagen in Dubai af te sluiten!